Hoofdlijnen van kritiek op Israël

Een asynchrone discussie

In de discussie pro- en contra de joodse staat staan Westerse, met name Europese normen en waarden tegenover ideologische en semi-religieuze opvattingen. Zoals:
1 Joden zijn een volk (in tegenstelling tot bijvoorbeeld: Palestijnen)
2 Dat joodse volk heeft oeroude rechten op de grond, die zijn gebaseerd op religieuze overlevering. Joden ontlenen daaraan collectief rechten op het land en individueel op immigratie naar Israël (Palestijnen ontlenen zulke rechten niet aan het in de recente geschiedenis gevlucht zijn uit hun land).
3 Israël is een democratie (ook al hebben niet-joodse inwoners geen gelijke rechten)
4 Het fenomeen antisemitisme is eeuwig, het zit als het ware in de genen van niet-joden. Dat betekent dat joden uiteindelijk nergens veilig zijn, behalve in een eigen staat met een leger dat superieur is aan de vijanden (niet-joden) daarbinnen en rondom die staat.

Dit stelsel van ideologische en religieus gefundeerde opvatting verhindert een zinnige discussie met een publiek dat zich wil baseren op feiten en historische gebeurtenissen. Het wordt vervolgens een ontplofbaar mengsel door de toevoeging van twee elementen die zich in wezen eveneens aan een rationele discussie onttrekken: a) Israël als ‘product van de Tweede Wereldoorlog’ of anders gezegd, de joodse staat als schuldcompensatie door niet-joods Europa.1 b) Israël als het Heilige Land van de westerse christenheid.

Israël als product van de Tweede Wereldoorlog

De bouwstenen voor de exclusief joodse staat werden gelegd voor de Tweede wereldoorlog. Zie hier en hier. De massale vervolging van joden in veel Europese landen, voornamelijk in de periode 1942 – 1945 heeft vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw geleid tot een beeld van de jonge joodse staat – opgericht in 1948 – als een compensatie voor het leed dat het joodse volksdeel, door actieve vervolging dan wel passieve neutraliteit, werd aangedaan. Vooral in Duitsland, waar de gecorrumpeerde politieke en economische bovenlaag zijn posities kort na de oorlog alweer had ingenomen, speelt dit tot op heden een zeer grote rol.2 Tegelijkertijd bestond in het postkoloniale Europa slechts een diffuus beeld van de Palestijnen of van Arabieren in het algemeen.

Israël als het Heilige Land

De bijzondere positie die ‘Israël’ en de joden in het Oude Testament en de Thora innemen hebben al vroeg in de moderne Europese geschiedenis tot vormen van christelijk zionisme geleid. Maar het was vooral na de oorlog van 1967 dat fundamentalistische stromingen binnen het christendom en de staat Israël elkaar vonden op een min of meer gemeenschappelijke uitleg van de bijbelse betekenis van de huidige joodse staat. De pro-Israëllobby’s in de Verenigde Staten en Europa hebben die associatie actief bevorderd.

Het ‘twee maten’-strijdpunt

Geregeld wordt in het Israëldebat gesteld dat door de critici “met twee maten wordt gemeten”: aan Israël worden hogere eisen gesteld, voor zijn fouten is onevenredig veel aandacht. Vaak wordt dit punt naar voren gebracht met politieke of ideologische bedoelingen: het afweren van kritiek op Israël. In de eerste plaats moet worden opgemerkt dat de aandacht voor Israël voor een belangrijk deel voortkomt, niet uit Israël kritische hoek maar uit de hierboven genoemde twee factoren: a) de Tweede Wereldoorlog als moreel ijkpunt met steun voor de joodse staat als lakmoesproef en b) Israël als projectie voor de profetieën uit het Oude Testament.

Los hiervan is er inderdaad een grotere aandacht voor het onrecht de Palestijnen aangedaan, vergeleken met de onderdrukking die bijvoorbeeld de Tibetanen, de Indiase Dalits, de shiiten op het Arabisch Schiereiland, enzovoort ondervinden. De belangrijkste oorzaak daarvan is de relatieve bevoordeling tot aan felle verdediging aan toe, van de staat Israël door de westerse regeringen. En, de pretentie van de westerse democratieën dat zij staan voor vrijheid, democratie en non-discriminatie. Dat maakt het zinvol deze ‘relatieve bevoordeling’ in beeld te brengen.

Israëls “exceptionalisme” en westerse regeringen

Met Israëls exceptionalisme wordt bedoeld dat de (meestal onuitgesproken) opvatting dat voor Israël een uitzondering moet worden gemaakt op de bestaande regels; bijvoorbeeld die van het internationaal recht. Hieronder een aantal voorbeelden van deze “twee maten”-benadering van Israël door westerse regeringen.

In de Verenigde Naties

1 Israël wordt in de Veiligheidsraad in bescherming genomen tegen kritische resoluties door de vetomacht VS en (tot voor kort) de Europese leden van de Veiligheidsraad.
2 Het negeren door Israël van onwelgevallige resoluties in de Algemene Vergadering van de VN heeft geen politieke of economische sancties door westerse landen tot gevolg.

Atoomwapen

3 Israël is door of vanuit verschillende westerse landen geholpen bij het tot stand brengen van een nucleaire capaciteit. Frankrijk in de jaren ’50, Duitsland sinds de jaren ’90 (Dolphin onderzeeërs).
4 Pogingen om Israël het Non Proliferatie Verdrag te laten tekenen worden door westerse landen geblokkeerd.
5 De VS en de Europese landen houden zich aan de politiek van de ‘zwijgzaamheid‘ (‘opacity’). Tegelijk staan zij toe dat Israël subtiel (1973) dan wel meer openlijk (Iran, na 2010) dreigt met zijn atoomwapen.
6 De VS en de EU staan stilzwijgend toe dat Israël geen inspectieregiem accepteert. Tegelijk worden Israëls eisen ten aanzien van inspecties in Iran door het IAEA zeer serieus genomen.
7 De VS (en in mindere mate Europa) oefenen geen druk uit op Israël om deel te nemen aan overleg over een atoomvrije zone in het Midden-Oosten.
8 Zonder kritiek van westerse regeringen heeft Israël (met behulp van de Dolphins) een “second strike capability” opgebouwd.
9 Zonder kritiek van westerse regeringen heeft Israël zijn strategische aanwezigheid met atoomonderzeeërs uitgebreid. Onder andere in de Perzische Golf.

Geheime diensten

10 In de samenwerking met geheime diensten van de VS en andere westerse landen wordt Israël als een bondgenoot beschouwd.
11 Dat geldt ook in de samenwerking met Europese landen (indertijd Schiphol; later: België) bij het uitvoeren van vluchten met geheime ladingen, gepaard gaande met de inzet van Israëlische geheim agenten op Europees grondgebied.3

Bewapening

12 De VS geven jaarlijks grote bedragen aan militaire hulp (U.S.-Israel Memorandum of Understanding van 2007: $30 miljard in periode 2007-2017; verhoogd in het lopende decennium).
13 Het indirect financieren van de bezetting. De steun die de VS en (deels) de EU geven aan de Palestijnse Autoriteit (PA) heeft als belangrijk doel, de PA te laten fungeren als schakel in het veiligheidsbeleid van Israël.
14 Bij de levering van wapens hanteren de VS het principe van de “qualitative edge“, dat wil zeggen dat Israël altijd een technologische voorsprong behoudt op de omliggende landen. Sommige Europese landen houden zich in de praktijk aan hetzelfde principe. Zoals Duitsland, dat bij levering van geavanceerde wapens aan Saoedie-Arabië daarover eerst overleg voert met Israël.
15 Formeel geldende uitvoerrestricties op gebied van wapens en militaire technologie worden door de EU of lidstaten als het om Israël gaat niet consequent nageleefd.

Het “terrorisme”-concept

16 De VS en in iets mindere mate de EU nemen het Israëlische, politiek gefundeerde concept van ‘terrorisme‘ over: Hamas, Hezbollah, Palestijns gewapend verzet in het algemeen. Verwant daarmee is het overnemen van het ‘framework’ rond ‘haatzaaien’ en ‘opruiing tot geweld’.

Het “veiligheids”-concept

17 Het Israëlische veiligheidsconcept wordt impliciet overgenomen door westerse regeringen. Voorbeeld: de Gazastrook als bedreiging van de veiligheid van de joodse staat.

Het “antisemitisme”-concept

18 Het Israëlische concept van antisemitisme wordt door sommige westerse landen en door veel westerse politici overgenomen. Met name het koppelen van kritiek op Israël aan het begrip “antisemitisme”. Verwant daarmee is het overnemen van het ‘framework’ rond delegitimatie en boycot.

Het concept van ‘vrede’

19 Westerse regeringen gaan vergaand mee in de fictie van twee gelijkwaardige partijen die een conflict hebben en met elkaar moeten onderhandelen. De asymmetrische structuur van het vredesoverleg in het kader van de akkoorden van Oslo worden daarmee genegeerd.

De ‘joodse staat’ en de Palestijnen

20 Westerse regeringen zwijgen over de relatie tussen ‘de joodse staat’ (althans de inhoud die Israël daaraan geeft) en de ongelijke positie van zijn Palestijnse staatsburgers. De eis (sinds 2007) van erkenning van Israël als joodse staat – als voorwaarde vooraf voor overleg – wordt niet als probleem benoemd door westerse regeringen.

De algemene voorkeurspositie in de relatie met de VS

21 In het kader van een ‘special relationship’ zijn in verschillende wetten voorkeursposities vastgelegd , bijvoorbeeld: Naval Vessel Transfer Act van 2008; United States-Israel Enhanced Security Cooperation Act van 2012; US-Israel Strategic Partnership Act van 2014.

De algemene voorkeurspositie in de relatie met de Europese Unie

22 Het gegeven dat versterking van de integratie EU-Israël op diverse gebieden, met name op de gebieden economie en research, de basis vormt voor de Europese buitenlandse politiek ten aanzien van Israël.
23 Het feit dat weliswaar sinds 2009 binnen de ‘integratiepolitiek’ er een politiek bestaat van ‘differentiatie’ – dat wil zeggen, het maken van onderscheid tussen Israël en de bezette gebieden – maar dat die differentiatie niet consequent en slechts aarzelend wordt geïmplementeerd.4 (Nb 1: Voor de differentiatie politiek is de EU gemandateerd door een reeks ‘conclusies’ van de Raad van ministers van BZ, tussen 2009 en juli 2015. Nb 2: Omdat de EU de bezetting als tijdelijk beschouwde, werd in de periode sinds ‘Oslo’ tot 2009 op het niveau van overeenkomsten juridisch geen onderscheid gemaakt tussen Israël en de bezette gebieden)
24 Europese politici verdedigen niet in het openbaar de bescheiden aanzetten van een kritische Europese Israëlpolitiek. Ook niet als Israël openlijke kritiek uit op een EU-besluit dat gaat in de richting van implementatie van het differentiatiebeleid of op de ‘Funding Guidelines’ van juli 2013, dan wel op het aarzelende beleid rond etikettering.
25 Israël maakt deel uit van Euromed: Euro-Mediterranian Partnership. Israël heeft meer dan andere deelnemers geprofiteerd van Euromed: binnen het kader van Euromed werd in 1995 het Associatie Akkoord tussen de EU en Israël getekend.
26 Het Associatie Akkoord EU-Israël (AA) biedt Israël voordelen op gebied van handel, toerisme, technologie-research, militaire technologie en onderwijs. Weliswaar werden in 2009 de onderhandelingen over een nieuw Associatie Akkoord stopgezet in afwachting van een vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen. Dat heeft echter de samenwerking binnen het kader van het AA niet of nauwelijks belemmerd: de EU-Israel Association Council (op 24 juli 2012) wees bijvoorbeeld 60 concrete acties op 15 gebieden aan, waarop de samenwerking geïntensiveerd kon worden. Nb: Het AA bevat geen territoriale clausule, die onderscheid maakt tussen Israël en de bezette gebieden; zie ad. 23 hierboven. Wel bevat het AA in artikel 2 een bepaling over het naleven van mensenrechten, die echter niet wordt toegepast.
27 In het kader van de European Neighbourhood Policy (2005) werd een overeenkomst gesloten met Israël (2008) en geïmplementeerd (2010) die de Europese markt voor agrarische producten voor Israël opende. Tussen 2007 en 2013 ontving Israël als deelnemer aan het European Neighbourhood and Partnership Instrument €13,5 miljoen. Dit op zich bescheiden bedrag opende de weg naar twee andere programma’s: zie 28 en 29.
28 Israël profiteert van het EU Erasmus Mundus programma, op het gebied van hoger onderwijs.
29 Israël neemt deel aan het Tempus programma van de EU, gericht op modernisering van het hoger onderwijs.
30 Sinds 2007 neemt Israël deel aan het EU twinning Instrument. Dit richt zich op gebieden als, data protectie, stedelijk transport, gelijke kansen op de arbeidsmarkt, telecommunicatie en veterinaire inspectie.
31 Israël is het enige zuidelijke buurland van de EU (‘southern neighbourhood’) dat volledig is geassocieerd met Horizon 2020. Israël ontvangt tot 2020 per saldo enkele honderden miljoenen uit dit programma. Een nog groter bedrag (cijfers juli 2015) ontving Israël van 2007 tot 2013 in totaal uit de R&D fondsen waartoe het via Horizon 2020 toegang kreeg. Israël participeert in het Programme Committee dat de strategische koers voor Horizon na 2020 uitzet.

Feitelijke erkenning van de staat Israël als spreekbuis van de ‘joodse natie’

32 Feitelijk wordt het recht van de staat Israël erkend om het begrip ‘jood’ en daarmee ‘het joodse volk’ te langs religieuze lijnen vast te stellen en daarmee de impliciete acceptatie van het deels theocratische karakter van de staat Israël.
33 De koppeling door westerse regeringen van de notie: “het joodse volk heeft recht op een veilig bestaan”, aan de defensiepolitiek van de staat Israël. Nb: De ‘Iraanse atoombom’ bedreigde volgens dit narratief de Israëlische joden, zonder dat westerse regeringen het gegeven meenamen dat in het ‘bedreigde’ gebied ook minstens zes miljoen niet-joden leven.

Overige bijzondere en of mediagenieke posities voor Israël

34 Op het gebied van sport en amusement en internationale organisaties op dat niveau wordt veelal gedaan of Israël tot Europa behoort. Voorbeeld het Eurovisie songfestival.

Voetnoten

1 Belast verleden : over de historisering van de publieke moraal / door J.A.A. van Doorn, 2000
2 Vergangenheitsbewältigung, „Wir sind Erinnerungsweltmeister“. Christian Meier im Gespräch mit Dieter Kassel, 2015. https://www.deutschlandfunkkultur.de/vergangenheitsbewaeltigung-wir-sind-erinnerungsweltmeister.1008.de.html?dram:article_id=318468
3 TROUW, 4 mei 1998. https://www.trouw.nl/nieuws/geheime-diensten-struinden-terrein-bijlmerramp-af~bacf8378
4 EU Differentiation and Israeli settlements. Hugh Lovatt en Mattia Toaldo, 22 Juli 2015. https://www.ecfr.eu/publications/summary/eu_differentiation_and_israeli_settlements3076