Chronologie vredesproces

Vredesproces van 1967 tot heden

1967 Zesdaagse oorlog Veiligheidsraadresolutie 242 eist, “Terugtrekking van de Israëlische strijdkrachten uit (Franse tekst: “de”) gebieden die tijdens het jongste conflict zijn bezet.”
1967 – 2020 Kolonisatie De kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever door de bouw van joodse nederzettingen begint kort na de oorlog van 1967. Het wordt een belangrijke oorzaak van de Palestijnse volksopstanden (intifada’s) van 1987 en 2000. De kolonisatie versnelt in de jaren ’80 en neemt spectaculair toe na 1990.
1969 Bestaan van Israël Het aanvankelijke doel van de PLO was het omverwerpen van Israël als joodse staat. In 1969 wordt dit veranderd in “de totstandkoming van een seculiere en democratische staat Palestina voor moslims, christenen en joden”.
1973 Oktoberoorlog Oorlog waarbij de VS Israël steunen en de Sowjet-Unie Arabische staten. De VS begint hiermee zijn invloed op Egypte en Saoedie-Arabië te vergroten ten koste van rivaal de Sowjet-Unie.
1973-1975 Kissinger De “shuttle diplomacy” van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger leidt tot kleine stapjes in het Midden-Oosten, inmiddels aangeduid als “vredesproces”.
1975 Alomvattend proces In de VS gaan stemmen op (met name Brookings Institution) die pleiten voor een alomvattende Arabisch-Israëlische overeenkomst, een ‘comprehensive settlement’: Israël terug naar de grenzen van 1967, zelfbeschikking voor de Palestijnen in ruil voor erkenning van Israël.
20 Mei 1977 Carter Menachem Begin wint tegen de verwachting in een tweede termijn als premier van Israël. Dit brengt president Carter tot een gezamenlijk Amerikaans-Russisch initiatief: een ‘US-Soviet Declaration of Principles’ die de basis zou vormen voor een alomvattende Arabisch-Israëlische vredesovereenkomst.
1 oktober 1977 Palestijnse staat De joint US-Soviet Declaration of Principles wordt gepubliceerd. Daarin is sprake van een Palestijnse mini-staat op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. De PLO, die niet wordt genoemd en de Arabische staten reageren positief. De regering Begin start in de VS een lobby tegen de Declaration.
December 1977 Beperkt zelfbestuur Begin lanceert een plan voor een soort gecontroleerd zelfbestuur voor de bevolking van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook: ‘interim self-governing authority’. De Palestijnse leiders verwerpen het plan.
Maart 1978 Libanon Eerste Israëlische invasie in Libanon.
September 1978, Camp David I Carter nodigt president Sadat van Egypte en premier Menachem Begin uit in Camp David voor twee agendapunten: a) een raamwerk voor vrede tussen Israël en Egypte en b) een algemeen raamwerk voor het oplossen van de ‘Midden-Oostencrisis’ en de kwestie Palestina. Op het eerste punt worden vorderingen gemaakt. Begin’s toezeggingen op het tweede punt worden al snel ondermijnd door de voortgaande kolonisatie. 1978: Sadat en Begin krijgen de Nobel Prijs voor de Vrede.
Maart 1979 Israël-Egypte Het Egyptisch-Israëlische vredesverdrag wordt gesloten. De ‘alomvattende regeling’ komt er niet (nb: veel bepalingen kwamen later terug in de Oslo Akkoorden).
Mei 1981 Sinaï De Sinaïwoestijn wordt gedemilitariseerd als uitvloeisel van het Egyptisch-Israëlische vredesverdrag.
1980 Verklaring van Venetië Hoewel er nog nauwelijks sprake is van een Europese buitenlandpolitiek, geeft de Verklaring al wel aan dat de meeste Europese landen niet de Israëlische annexatiepolitiek wilden legitimeren.
1980 – 1990 Israëllobby Mede door de toegenomen kracht van de pro-Israëllobby in Washington volgen Amerikaanse presidenten geleidelijk steeds meer de Israëlische wensen. Zij verleggen in plaats daarvan hun aandacht naar de Perzische Golf, Irak en Iran.
Medio 1981 Bombardement Beiroet Voorbereid met de VS, treft Israël de PLO.
1982 Gecontroleerd zelfbestuur Israël probeert om ‘gecontroleerd Palestijns zelfbestuur’ in te voeren. Dit veroorzaakt veel onrust onder de bevolking en leidt tot verzet.
September 1982 Reagan Plan Het accent in de Amerikaanse benadering verschuift naar de ‘veiligheid van Israël’ en de bedreiging daarvan vanuit de Arabische wereld.
Juni – augustus 1982 1e Libanonoorlog Tweede Israëlische invasie in Libanon: ‘eerste Libanonoorlog’, ‘Operation Peace in Galilee’. Deze invasie lijkt aanvankelijk ook de Amerikaanse strategische belangen te dienen, waardoor de regering Reagan en de Israëlische Likoed regering op één lijn zitten: invloed PLO en Syrië terugdringen. Nb: Door de neutralisering van het Israëlisch-Egyptische front en de mislukking van de ‘alomvattende vredesregeling’ (Camp David I) kreeg Israël speelruimte in het noorden.
1983 VS uit Libanon De VS trekken zich door verliezen min of meer gedwongen terug uit Libanon waar zij nog hadden gepoogd een pacificerende rol te spelen. VS en Israël komen sterker op één lijn. Nb: Eerste Libanonoorlog wordt door militaire analisten als mislukking beschouwd voor Israël en leidde tot snelle groei van Hezbollah.
1987 1e ‘intifada’ Begin eerste Palestijnse volksopstand. Militair geweld tegen ongewapende jongeren leidt tot verandering in de publieke opinie in het westen. Nb: Dit speelt enkele jaren later een rol bij het tot stand komen van het vredesoverleg in Madrid en Oslo.
15 november 1988 PLO-verklaring Het Palestijns Nationaal Congres neemt in Algiers een eigen Palestijnse staat naast Israël als doel op in zijn Declaration of Independence: de Westelijke Jordaanoever, Gaza en Oost-Jeruzalem. Leider Arafat accepteert daarmee ook het verdelingsplan van de VN van 1947 en erkent (dus) het bestaan van Israël op 78% van historisch Palestina. Hij roept op tot een internationale vredesconferentie op basis van de resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad (die oproepen tot wederzijdse erkenning en Israëlische terugtrekking).
December 1988 Arafat in VN Op een speciale VN-bijeenkomst in Genève herhaalt Arafat dat hij bereid is Israël te erkennen en geweld (‘terrorisme’) op te schorten (to suspend) op voorwaarde dat (provided) de Palestijnen een staat krijgen. Onmiddellijk daarna erkennen de VS de PLO en openen de dialoog met de organisatie.
Rond 1990 Liberalisering Een economisch programma van liberalisering zorgt voor opening van de westerse markt voor het Israëlische bedrijfsleven. Het begin van het ‘vredesproces’ draagt daaraan bij via een toegenomen internationale legitimiteit van Israël.
1990 – 1991 Golfoorlog Inval van Irak in Koeweit en de Golfoorlog. De PLO neemt wat volgens waarnemers een (voor de Palestijnen) rampzalige beslissing is: steun uitspreken voor de Iraakse regering. Nb: Dit zal gedurende een aantal jaren tot een ernstige verzwakking van de internationale positie van de PLO leiden op het veld van de internationale onderhandelingen.
1990 – 2000 Europese Unie De EU-buitenlandpolitiek krijgt op bescheiden niveau gestalte. Veel politieke energie gaat in dit decennium zitten in de Duitse hereniging en de integratie van de Midden-Europese staten. Voor de EU zal in het volgend decennium een bescheiden rol weggelegd zijn als deelnemer in het “Kwartet”.
1990 VS enige supermacht Desintegratie van de Sowjet-Unie. De VS trekken het initiatief volledig naar zich toe wat leidt tot een actieve interventiepolitiek in het Midden-Oosten: onder andere in Irak en in het Israëlisch-Palestijns conflict.
6 maart 1991 VS initiatief President Bush tot het Amerikaanse Congres: “The time has come to put an end to the Arab-Israeli conflict.” Daarop volgen acht maanden van intensieve ‘shuttle’-diplomatie door minister van Buitenlandse Zaken James Baker.
29/30 oktober – 4 november 1991 Vredesconferentie van Madrid. Voor het eerst zijn de Palestijnen (uit de bezette gebieden) uitgenodigd. Co-voorzitters zijn president Bush en president Gorbachov van de Sowjet-Unie. Voor het eerst in 43 jaar zijn delegaties bijeen van Israël, Egypte, Syrië, Libanon en een gezamenlijke Jordaans-Palestijnse delegatie. Bush, gesterkt door de overwinning op Irak in de Golfoorlog, dwingt de Israëlische premier Shamir tot deelname. Israël staat er formeel op dat de discussie met de Palestijnen beperkt blijft tot ‘interim self-government arrangements -not statehood’.
1991 – 1993 Bilateraal PLO-Israël Geheim overleg tussen Israël en de PLO (parallel aan de Madrid-onderhandelingen). Dat resulteert 13 september 1993 in de Declaration of Principles on Self-Government for the Palestinians, ook aangeduid als de Oslo Akkoorden.
1991 – 2008 Israël-Syrië In deze periode vinden met ups en downs onderhandelingen plaats tussen beide landen. Vooral in de periode 1991 vanaf het Madrid overleg, worden aanzienlijke vorderingen gemaakt. Premier Peres stopt de gesprekken in 1996. Premier Barak neemt in mei 1999 het contact weer op; in 2000 werden de onderhandelingen afgebroken. Tussen september 2004 en juli 2006 zou (Haaretz, 16/01/2007) vrijwel overeenstemming zijn bereikt over een principeverdrag volgens welk Israël zich zou terugtrekken uit de Golan Hoogvlakte die het in de Zesdaagse oorlog van 1967 op Syrië veroverde en zou Syrië hebben toegezegd zijn steun aan de Libanese Hezbollah en de Palestijnse Hamas in te trekken. Israël ontkent het bestaan van deze laatste overlegronde.
1993 Oslo I Artikel I van deze Oslo Akkoorden voorziet in een interimperiode, de zogenaamde fase 1, van maximaal vijf jaar waarin onderhandelingen over een ‘permanente status’ plaatsvinden. Die permanente status moet onder andere inhouden een volledige implementatie van de VR-resoluties 242 en 338.
4 mei 1994 Interimperiode Start van fase 1 Oslo Akkoorden. Fase I is de vijfjarige interimperiode tot 1999 tijdens welke in delen van de Westelijke Jordaanover (Jericho) en de Gazastrook een Palestijns interimbestuur, de Palestijnse Autoriteit, wordt opgezet. Artikel XIII van ‘Oslo’ regelt ook de terugtrekking van Israël uit de Gazastrook en Jericho (uit te werken in een aparte overeenkomst; zie direct hieronder: Oslo II). Tegelijkertijd moeten onderhandelingen starten over een permanente regeling rond Jeruzalem, vluchtelingen, nederzettingen, water en grenzen.
(28 september 1995 Oslo II) (Officiële ondertekening in Washington van het Oslo II Akkoord. Op 24 september hadden Israël en de PLO in Taba dit essentiële onderdeel van Oslo I al ondertekend: de Interim Agreement on the West Bank and the Gaza Strip, ook genoemd Oslo II, of de Taba Overeenkomst. Oslo II creëert tevens de indeling van de Westelijke Jordaanoever in de gebieden A, B en C en moet een uitzicht (prospect) bieden op onderhandelingen over een ‘final settlement based on Security Council Resolutions 242 and 338’.)
26 oktober 1994 Jordanië Ondertekening van het Jordaans-Israëlisch vredesverdrag in vervolg op de Washington Declaration van 25 juli 1994. Het koningshuis had sinds midden jaren ’60 een goede maar geheime verstandhouding met de Israëlische leiding. Tientallen geheime afspraken worden met het vredesverdrag van 1994 openlijk vastgelegd.
23 oktober 1998 Wye Het Wye River Memorandum tussen Israël en de Palestijnen beoogt een stap te zetten in de uitbreiding van het Palestijnse zelfbestuur over een deel van de Westelijke Jordaanoever, zoals afgesproken in ‘Oslo’. Op 15 december 1998 deelt Israël mee dit proces stop te zetten.
4 september 1999 Sharm El-Sheikh Ondertekening van het Sharm El-Sheikh Memorandum. Doel is beweging te brengen in het ‘Wye River-proces’ en daarmee in de gesprekken over de ‘Permanent Status’. Op grond van de Oslo Akkoorden hadden die gesprekken in mei 1996 moeten beginnen en in 1999 moeten zijn afgerond.
Juli 2000 Camp David II Clinton, wiens tweede termijn als president van de VS eind januari 2001 zal aflopen, nodigt Arafat en de Israëlische premier Barak uit naar Camp David, om het vredesoverleg los te trekken. Het overleg blijft vast zitten op vooral twee punten: Jeruzalem en de kwestie van de Palestijnse vluchtelingen.
December 2000 Clinton parameters Om de impasse van Camp David II te doorbreken presenteert de Amerikaanse president op 23 december voorstellen met betrekking de moeilijkste punten.
Januari 2001 Taba De Clinton parameters vormen de basis voor het overleg in Taba/Egypte. Het overleg mislukt, waarvoor Clinton de schuld legt bij de Palestijnen.
Maart 2002 Arabisch Vredesinitiatief Het initiatiefvoorstel wordt door 22 landen van de Arabische Liga aangenomen, als basis voor een algemene regeling van het Israëlisch-Palestijns conflict. Het plan behelst normalisering van de betrekkingen tussen Israël en 57 islamitische landen (waaronder ook niet-Arabische leden van de Organization of Islamic Cooperation). Israël zal dan akkoord moeten gaan met een Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, met de grenzen van 1967 en met een recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen. Het plan werd genegeerd door de regering Sharon. Het zal door de Arabische Liga bevestigd worden in 2007 (Riyadh) en in 2008 (Damascus).
10 april 2002 Het Kwartet Eerste verklaring van het eerder dit jaar geïnstalleerde Kwartet, een gremium bestaande uit de VS, de EU, Rusland en de VN dat tot doel heeft standpunten rond het vredesoverleg af te stemmen, terwijl de VS de leiding houden.
30 april 2003 ‘Roadmap for Peace’ Officiële lancering van dit vredesplan, dat in juni 2002 door president Bush werd gepresenteerd in een toespraak. Israël stemde er enkele weken later mee in en vervolgens ook Het Kwartet. Op 19 november 2003 steunde de veiligheidsraad de Road Map in een resolutie.
1 december 2003 Genève Initiatief Of: Genève Akkoord. Een plan dat tot stand kwam op initiatief van 100 prominenten op persoonlijke titel. Het Genève Initiatief bouwde voort op de “Clinton parameters” van december 2000 en de Taba onderhandelingen van 2001. Israël verwierp het, de Palestijnen onthielden het hun steun.
Juni 2003 – april 2004 Bush – Sharon Op de top van Aqaba tussen president Bush en premier Sharon distantieert Bush zich van de Clinton parameters. Een brief van Bush aan Sharon van 14 april 2004 markeert een aanzienlijke verschuiving in de Amerikaanse opstelling: Israël moet ‘verdedigbare grenzen’ hebben en annexaties door Israël (de ‘settlement blocs’) zijn verdedigbaar ‘in light of new realities on the ground’. In ruil voor terugtrekking uit Gaza, die in 2005 zal plaatsvinden, legt de Amerikaanse president vast dat vluchtelingen niet naar Israël zullen komen maar eventueel uitsluitend naar de Palestijnse staat.
Augustus 2005 Vertrek uit Gazastrook De disengagement die door Sharon in 2003 aan Bush was voorgesteld en in februari 2005 door de Knesseth werd goedgekeurd wordt in augustus gerealiseerd.
27 november 2007 Conferentie van Annapolis Bush, wiens tweede termijn in januari 2008 afloopt, probeert de Arabische landen achter zijn brief van 14 april 2004 te krijgen, met nauwelijks resultaat. Voor het eerst sluit Israël zich aan bij de gedachte dat een tweestaten oplossing deel uitmaakt van de ‘final state’ van het vredesproces. Echter, het betreft een ‘state with temporary borders’.
Juni 2009 Obama, Netanyahu In 2009 verklaart President Obama in een speech in Caïro, “it is time for these settlements to stop”. Premier Netanyahu verklaart daarna dat zijn regering een stop afwijst en tegen een tweestaten oplossing is. In een speech in Bar Ilan Universiteit refereert hij wel aan ‘twee staten’ maar somt voorwaarden op die een levensvatbare Palestijnse staat onmogelijk maken. In september 2009 ontkent Obama dat een bouwstop ooit een voorwaarde was voor hervatting van het vredesproces.
Juni 2016 Paris Conference for Peace in the Middle East Israël boycot de door de Franse president Hollande bijeengeroepen conferentie. Sinds Madrid/Oslo heeft Israël alle Europese pogingen om een rol te spelen in het vredesproces geboycot.
Voorjaar 2016 Top van Aqaba De Kerry-diplomatie, zoals tijdens de geheime top in Aqaba met Israël, de VS, Egypte en Jordanië (de Palestijnse leider Abbas wordt zijdelings op de hoogte gehouden), heeft geen resultaat. Israël gebruikt zijn rechtstreekse lijn met het Amerikaanse Congres en passeert de president en zijn minister van Buitenlandse Zaken Kerry. Eind december 2016 laat president Obama de voor Israël onaangename resolutie 2334 in de Veiligheidsraad zonder veto passeren.
2017 – 2020 Presidentschap Trump VS verlaten openlijk twee-staten oplossing als raamwerk voor hun inzet. De Amerikaanse ambassade wordt verplaatst naar Jeruzalem. De bouwstop is van de agenda en de Palestijnse Autoriteit wordt gemarginaliseerd.