De film “Omar” van Hany Abu-Assad

Door: Jan Schnerr - Geplaatst op: 3 december 2013

Hany Abu-Assad in Metronieuws, 20-11-2013: “Ik voel me even zeer Nederlander als Palestijn”

“Weet je hoe ze in Afrika aapjes vangen? Ze maken ze verslaafd aan suikerklontjes, dan verstoppen ze een klontje in een smalle spleet waar zo’n aapje met zijn vlakke hand net in kan. Als hij zijn knuist om het klontje klemt kan hij hem niet meer terugtrekken. Hij laat het klontje niet meer los. De aap kan gevangen worden.”

“Omar” is los van de Israëlisch-Palestijnse ellende een film van internationaal formaat. Het script is geraffineerd, zit vol verrassingen en de ontknoping is anders dan je verwacht. Het acteren is zonder meer goed. Het is ongelooflijk dat er maar één professionele acteur tussen zit zoals ik achteraf las. Het camerawerk en het tempo zijn een verademing ten opzichte van de cliché’s en het flitswerk van de meeste Amerikaanse films. De financiering van de film heeft veel voeten in de aarde gehad wat niet kan liggen aan de staat van dienst van de regisseur (hij zit trouwens nu weer financieel aan de grond).

Hany Abu-Assad is een Palestijn uit Nazareth in Israël (maar geboren in Bethlehem) die jong naar Nederland vertrok om vliegtuigbouw te studeren. Hij maakte toen, jaren ’80, kennis met de Hollandse tolerantie want hij had zijn docent hard nodig om ergens binnen te komen voor stage’s en dergelijke. Bij een grote Nederlandse vliegtuigbouwer (wij maken geen reclame) werd Abu-Assad weggestuurd toen bleek dat hij een Palestijn was. Dit grote talent werkt nu vanuit Israël en de bezette gebieden.

Nadia en Omar

Wat is het achterliggende thema van de film? Het geraffineerde Israëlische bezettingssysteem? Het in de loop der jaren geperfectioneerde systeem van het “runnen” van Palestijnse collaborateurs? Je zou dat op het eerste gezicht wel zeggen. Rustig terugkijkend is het voor mij iets anders. Het is het eeuwige thema van liefde tussen twee mensen en vriendschap tussen jeugdvrienden, die gecorrumpeerd wordt door het leven, door de werkelijkheid. Daar is in Omar een prachtig verhaal van gemaakt. Een tragisch verhaal. Zonder sentimentaliteit. Geen overdreven effecten. De korte gesprekken, de liefdesscènes, de agressie en de woedeuitbarstingen die in de film voorkomen volgen niet de shablonen die je als westerse kijker al bijna voor het echte leven bent gaan aanzien.

Bij dit hoofdthema horen gebeurtenissen die de grond onder de voeten van de personages vandaan trekken. Door machten op de achtergrond (de binnenlandse veiligheidsdienst) en door het wrede toeval. De precieze grens tussen die twee blijft soms een mysterie. In die zin doet Omar denken aan de roman “De donkere kamer van Damokles” van Willem Frederik Hermans, die zich afspeelt in Nederland tijdens de periode van de Duitse bezetting. (En nu niet meteen gaan jammeren dat ik onheuse vergelijkingen trek tussen Israël en de periode die is verworden tot ons collectieve morele ijkpunt. Ik heb het slechts over de botsing tussen het wrede toeval en/of duistere motieven en de zuiverheid (ik wring het uit mijn pen) waarmee mensen hun leven zouden willen leven.) De film eindigt met een verwijzing naar dat verhaal met het aapje. Wie dat wil snappen moet naar Omar.

 

NB 1:

Het toeval (maar niet wreed) wilde dat ik in de bioscoop de docent Vliegtuigbouw tegenkwam die ik hierboven noemde. Wij kwamen elkaar eerder tegen in Israël.

NB 2:

Wie de trailer van de film wil zien: http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/10/13/omar-prachtige-film-over-gewone-palestijnen
(Lees vooral de laatste alinea van het stuk over Omar, van Lode Vanoost van Dewereldmorgen)

NB 3:

Neem dan ook maar het interview met Abu-Assad mee op World Socialist Website:
http://www.wsws.org/en/articles/2013/09/27/tint-s27.html